De Markt en Overheid Test
Deel 3 Overheidsbedrijven test
  1. Is de wet van toepassing op uw organisatie? Maak een inventarisatie van economische activiteiten en overheidsbedrijven.

  2. Is de wet van toepassing op uw economische activiteiten?

  3. Geldt de wet voor de steun die u verleent aan uw overheidsbedrijf?

Bevoordeling van uw overheidsbedrijf

Is er sprake van een bevoordeling van een overheidsbedrijf, boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt?

Toelichting

Het bevoordelingsverbod uit de Wet Markt en Overheid beoogt op dezelfde wijze als het staatssteunverbod te voorkomen dat de overheid een eigen overheidsbedrijf concurrentievoordelen verschaft voor het verrichten van economische activiteiten. Het is niet toegestaan om aan een overheidsbedrijf voordelen toe te kennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.

Bij de toepassing van het bevoordelingsverbod kunnen de drie elementen van het staatssteunverbod op overeenkomstige wijze worden toegepast.

  • Er is sprake van een (directe of indirecte) toekenning van staatsmiddelen.
  • Het gaat om een niet-marktconform voordeel.
  • Er is selectiviteit in het spel.

Deze drie elementen zijn hieronder nader toegelicht.

Wanneer uw handelen niet kan worden aangemerkt als het toekennen van staatsmiddelen (maar bijvoorbeeld bestaat uit de verlening van een vergunning) is geen sprake van verboden bevoordeling. Dit is ook niet het geval indien uw handelen niet selectief is. Wanneer uw handelen wel gericht is op bepaalde ondernemingen, met name uw overheidsbedrijf, kan sprake zijn van bevoordeling (zoals in geval van een subsidieverlening waar geen private bedrijven voor in aanmerking komen). Daarnaast is het van belang of sprake is van concurrentievervalsing.

Toekenning van staatsmiddelen

Het beschikbaar stellen van middelen aan een overheidsbedrijf kan in verschillende vormen plaatsvinden, waaronder het verlenen van krediet, leningen en garanties. Wanneer uw overheidsorganisatie middelen in de vorm van garanties en leningen aan overheidsbedrijven beschikbaar stelt bestaan de door te berekenen kosten uit de uitvoeringskosten en de kosten van het kapitaalbeslag, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de kredietstatus van de afnemer als factor in de integrale kosten. Dit impliceert dat door het overheidsbedrijf een passende premie moet worden betaald, dat wil zeggen een premie die de normale risico’s, de beheerskosten en een kapitaalsvergoeding kan dekken.

Marktconform handelen

In beginsel mag uw overheidsorganisatie middelen voor haar overheidsbedrijf inzetten, mits dit marktconform gebeurt. Het overheidsbedrijf kan dus bijvoorbeeld gebruik maken van door uw overheidsorganisatie geleverde goederen voor zover uw overheidsorganisatie de integrale kosten hiervoor aan het overheidsbedrijf in rekening heeft gebracht. In dit kader is verder van belang dat het bevoordelingsverbod alleen de situatie betreft waarin de door uw overheidsorganisatie gedane bevoordeling ten goede komt of kan komen aan economische activiteiten van het overheidsbedrijf. Het bevoordelingsverbod is immers gericht op het voorkomen van concurrentieverstoring bij economische activiteiten van het overheidsbedrijf.

In de Wet Markt en Overheid en het Besluit markt en overheid worden 3 specifieke situaties genoemd waarin er sprake kan zijn van bevoordeling:

  1. indien een overheidsbedrijf gebruik mag maken van naam of beeldmerk van de overheid, op een wijze waarop er verwarring kan ontstaan over de herkomst van de goederen en diensten het publiek (Artikel 25j lid 2 onder a Mededingingswet);
  2. indien de overheid goederen of diensten levert aan het overheidsbedrijf tegen een vergoeding lager dan de integrale kostprijs (Artikel 25j lid 2 onder b Mededingingswet);
  3. het verlenen van een subsidie aan het overheidsbedrijf waarvoor niet-overheidsbedrijven niet in aanmerking zouden komen (Artikel 9 Besluit Markt en Overheid).

Wettelijke basis

De wettelijke basis voor deze gedragsregel is artikel 25j, lid 1, Mededingingswet. De tekst van dit artikel luidt:
"Een bestuursorgaan bevoordeelt niet een overheidsbedrijf, waarbij hij in de zin van artikel 25g, eerste lid, is betrokken, boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt en kent evenmin een dergelijk overheidsbedrijf anderszins voordelen toe die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is."